1.2 Vragen beantwoorden

Hoe denk je nu?

1. Welk voordeel heeft jou, je ogen geopend?

…………………………………………………………………………………………………………..

…………………………………………………………………………………………………………..

2. Waarom heeft deze specifieke reden impact op jou gehad?

…………………………………………………………………………………………………………..

…………………………………………………………………………………………………………..

3. Wat voor gevoel geeft dit jou? Ben je al positiever gaan kijken naar het presentatie vak?

…………………………………………………………………………………………………………..

…………………………………………………………………………………………………………..

Als je nu anders tegen het ‘presentatie vak’ bent gaan aankijken, dan kun je starten met een plan. Met dit plan kan jij gewend raken aan het idee, dat jij binnenkort gaat presenteren. Hoe en waar, dat maakt op zich nu nog niet uit. Zolang het doel ‘presenteren’ maar behaald gaat worden.

Nu je dit zo leest, gaat er dan een kriebel door je lichaam. Of wellicht denk je, wanneer heb ik iets beloofd? Tot zover heb je nog niets beloofd, maar tussen de regels door is er wel een wens naar boven gekomen. De wens om ‘ooit’ te presenteren. Hou je hier aan vast, waardoor je jouw wens kan laten uitkomen.